Stranden, een monoloog

DSC01225
Idee en tekst: Marja Liefaard, s
pel: Rineke Jansen Manenschijn, film: Jeanne v.d. Horst

Eenvoudig sterven zonder aftakeling of ziekte: een eerlijk systeem dat levens beëindigt als de tijd om is, zonder lijden. Geert Mackenze, docente klinische psychologie, is een groot voorstander van zo’n dood op afroep. Maar wat te doen als zo’n systeem daadwerkelijk wordt ingevoerd en je erin slaagt het meteen te ontduiken met als resultaat: het eeuwige leven. Hoe ga je dan verder?

De monoloog Stranden werd in 2010 opgevoerd op diverse locaties, o.a. tijdens het Rotterdamse Monologenfestival door actrice Rineke Jansen Manenschijn. Zij ontving de publieksprijs. In 2015 verschijnt de film Stranden door Jeanne v.d. Horst.

Fragment Stranden

De uitvoering van het systeem was in het begin zo waardeloos. Geen greintje fantasie! Zo ouderwets die methoden:  een oproep, eigenlijk gewoon een computeruitdraai met je persoonlijke gegevens en de datum van je levenseinde. Altijd wel keurig vijftien dagen van te voren. Vijftien dagen om afscheid te nemen, om toch nog maar eens de wereld rond te vliegen. Om te bungeejumpen, te skydyven, een orgie te organiseren, je het schompes te eten of wat je ook maar kon bedenken. En dan kwam er een man in het zwart – ook zo weinig origineel – je halen om je in zijn boot mee te nemen naar gene zijde. Zo klassiek! MIJN GOD! IK WAS 39!  En Geert zou komen die zomer.

Vijftien dagen! Ik had gerekend op een lange hete zomer met mijn jonge god en daarna een herfst en misschien wel een lange winter en…
Ik was er zonder meer vanuit gegaan dat met de invoering van het levenseinde-oproepsysteem een einde gemaakt zou worden aan de oneerlijke variatie in de lengte van levens.

Onderduiken.
Dit huis aan de rand van de duinen…wat een geluk dat ik dat een paar jaar geleden had gekocht. Hier zou niemand me vinden. Maar dat was een misrekening.

Ik zag het meteen! Een amateur. Keurig in het zwart, maar onwennig. Hij strompelde door het zand, hevig transpirerend. Hij stak voortdurend zijn wijsvinger tussen zijn hals en het boord van zijn overhemd. O, hij had het zo benauwd. Hij stapte de schaduw van het huis binnen. Buiten kaatste het zonlicht hard op het witte zand.

“Geert?” vroeg hij.

Heel de tekst ontvangen? Schrijf naar:

info@anotherstory.nl

Deel deze tekst:
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Comments