Diep in- en uitademend zucht hij zich weg uit zichzelf.
Uit: 蓮の花
Secondenlang scheert hij rakelings langs zijn molen van lotusbloemen, lelies en tulpen,
hoog in de lucht, heen en weer.
‘Hachisunohana, hachisunohana.’
Op zijn fluisterende ademhaling is zijn uitspraak van het Japans bijna perfect.
‘Ha…suno…hana, ha…suno…hana.’
Hachisunohana