Het getal van het beest, een roman

(foto: Elma Post)

Proloog – 10 april 2009
Het moet rond elven zijn geweest dat ze voor de laatste keer het geraas van een trein hoorde.
Normaal gesproken dendert er elke tien minuten een trein langs. Overdag kan ze achter de boomtoppen de bovenleiding van het spoor zien. Soms lijkt het te bliksemen als een trein zijn spanning knetterend ontlaadt op de elektrische bedrading.
Edward wilde helemaal niet zo dicht bij het spoor wonen. ‘Die pestherrie.’ Tot wanhoop van de makelaar had hij het huis vier keer op verschillende momenten van de dag willen bezichtigen. Ze stonden een tijdje zwijgend naast elkaar in de tuin, boven voor hun toekomstige slaapkamerraam en in de keuken met de deur open. ‘Het valt mee,’ had hij uiteindelijk gemompeld, ‘maar ’s nachts doen we geen oog dicht, Hannah, dat voorspel ik je.’ Hij sliep er ruim zestien jaar als een os. De laatste keer in de nacht na Leentjes veertiende verjaardag.
Hannah houdt juist het meest van het geruststellende gedender van de goederenwagons in de nacht.
Het spoor is haar levensader. Zij, vader en Leen, één levend organisme, verbonden door het spoor. Elke keer als het geratel van de wielen wegsterft en alleen het signaal van de spoorwegovergang nog na klinkt, weet ze dat de trein op dat moment het ziekenhuis passeert en daar een paar minuten lang de raspende ademhaling van haar vader overstemt. En telkens als het geluid aanzwelt om vaart te maken voor de rit naar de stad, zou er een lijntje zijn met Leen.
Ze schuift naar de rand van het bed en werpt een blik op de wekker. 1.12 uur.
Het was allemaal snel gegaan. Ze was zo verdiept in haar werk geweest, dat ze vergeten was het licht aan te doen in haar werkkamer. Ineens verscheen Leen in het blauwe schijnsel van haar laptop, haar laarzen in haar hand. ‘Mam, ik ga nu hoor.’
Ze hadden het er toch uitvoerig over gehad dat het geen goed idee was?
‘Doe normaal, mam. Het is gewoon een dansfeest in een leuke tent in Rotterdam.’
‘Welke tent?’
‘Ken je toch niet. Iedereen gaat. Claudia ook en die woont daar vlakbij.’
‘God, Leen, moet je nou zo laat nog met de trein en met de metro. Die grote steden en zo’n plek waar zoveel mensen bij elkaar zijn. Ik vind het niks. En nu opa in het ziekenhuis….’
Dat was het moment geweest, dat Leen met woeste gebaren haar hooggehakte laarzen aansjorde en naar de voordeur beende. ‘O nee, o nee, niet weer op die toer. Ik blijf wel bij Clau slapen.’
‘Leentje, Leen, alsjeblieft, lieverd.’
Vanachter haar slaapkamerraam had ze naar haar dochter gekeken, die diep over het stuur gebogen de straat uit fietste. Dat rokje was echt veel te kort.
Op bed had ze ingespannen geluisterd of ze de fietsbanden terug hoorde komen, het knerpen van het grind, de sleutel in de voordeur, voetstappen op de trap en het piepen van de roestige scharnieren van Leentjes slaapkamerdeur. Bij elke ritseling spitste ze haar oren. Het enige geluid dat ze een tijdje lang hoorde, was de trein; het zwol aan tot lawaai van ijzer dat niet spoort in de bocht, gevolgd door het ritmische gebonk van wielen over de rails. Daarna het geklingel van het sein van de spoorwegovergang een eind verderop. Het klonk als een kerstklokje. Dat was wat ze had gedacht. Een kerstklokje.
Ja, het moet rond elven zijn geweest dat ze het kerstklokje voor de laatste keer hoorde.
Hannah stapt uit bed en schuift het gordijn een stukje open. De straatklinkers zijn nat van de regen. De huizen aan de overkant houden zich schuil in het donker. De populieren tekenen zich vaag af tegen de blauwzwarte hemel. Er is een duistere leegte tussen hun prille bladerdak. Het is nog nooit zo stil geweest.
Geen flits van een trein, geen knetterende bovenleiding. Geen beweging, geen geluid, geen mens. Niets. Bladstil, leeg, doods.
‘Van stilte wordt een mens wakker, Edward. Niet van het gedender van een trein, maar van deze immense, huiveringwekkende stilte. Edward! Ik ben bang. Dit klopt niet, deze stilte. Edward!’
Ze draait zich om naar het lege bed. O, God, ze praat nog steeds met hem. Bijna vier jaar en ze praat nog steeds met hem. Ze zuigt haar longen vol en knipt het licht aan.

Meer lezen? Mail naar info@anotherstory.nl

Deel deze tekst:
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Comments