Bij het strijken komt het aan op precisie: de juiste temperatuur, de exacte hoeveelheid stoom, maar vooral de manier waarop je het strijkijzer met een lichte druk over het kledingstuk beweegt.
Mensen die daar onverschillig de schouders over ophalen, vindt Harald oppervlakkig. Dat soort mensen doet alles achteloos zonder liefde voor het materiaal of voor de handeling.
Lisa schiet steevast in de lach als hij zich verliest in een lange monoloog over de schoonheid van een perfect gestreken strik of manchet zonder van die schuine vouwtjes langs de naden. Maar in het openbaar valt ze hem nooit af. Vorige maand nog, bij de kerstborrel van het kabinet, had ze heftig knikkend zijn betoog ondersteund.
Harald klapt de strijkplank uit voor de televisie. Als het journaal begint, schakelt hij het geluid uit. Hij wil niet afgeleid worden bij het sorteren van het wasgoed op wol, zijde, katoen en linnen. Over de leuning van een eetkamerstoel hangt hij de vier lange broeken van zijn vrouw, waarin hij een scherpe vouw wil persen. Ze zal ze niet allemaal nodig hebben, maar met Lisa is het nooit zeker welke pakken, jurken, blouses ze hem zal laten inpakken.
Op het televisiescherm volgen beelden van vluchtelingen, verwoeste dorpen, gestrande bruinvissen elkaar op. Op het moment dat Lisa het beeld inwandelt, steekt hij de stekker van het strijkijzer in het stopcontact. Perfecte timing.
Ze ziet er fantastisch uit in het bordeauxrode broekpak met overslagcolbert. Zelfverzekerd stapt ze op de microfoons af, de jongen zoals altijd een paar passen achter haar.
‘Die jongen, Harald,’ had Lisa gisterennacht gezegd, toen ze naast hem onder de lakens schoof, ‘heet Chris. Het zou aardig zijn als je dat eens zou onthouden. En die jongen is zesendertig en vader van een tweeling.’
Ze tikte hem op zijn buik. Het was een lief stompje, maar hij had weer die rare stekende pijn in zijn middenrif gevoeld.
Hij draait het volume van de televisie op. De pers is kritisch. Waarom hecht de minister zoveel belang aan een handelsmissie naar Japan? Zou de minister niet beter een gesprekje met de Japanners voeren over hun rol in de Tweede Wereldoorlog?
Rechtop, haar smalle voeten gestoken in klassieke pumps formuleert Lisa haar antwoorden, schuin achter haar de jongen, volkomen overbodig. Zoals altijd heeft zijn vrouw haar zaakjes op orde.
Alleen hìj hoort de droge klik achter in haar keel, ziet de licht opgetrokken wenkbrauwen en de minieme hoofdbeweging waarmee zij het roodbruine haar uit haar gezicht gooit. Ze is nerveus. Ze is op haar hoede.
‘Japanners zijn bereid hoge prijzen te betalen voor kwaliteit. Die kan Nederland bieden. De Japanse landbouwsector is verouderd. Wij kunnen hen helpen met bloemen en uitgangsproducten voor de bloementeelt.’
Het was godbetert vijf uur in de ochtend toen ze die zinnen naast hem in bed voorbereidde. Ze had zich op haar zij gedraaid en vochtig in zijn oor gefluisterd: ‘Bloemen, Harald. Bloemen en bloembollen. En jij mag mee.’
Met kriebelende vingers had ze zijn borsthaar tot krulletjes gedraaid. ‘Kun jij fijn naar dat Harakiri-evenement. Ik heb Chris, ‘die jongen’ – hoog lachje – al gevraagd om jouw deelname te regelen. Dat was nog niet eenvoudig, Harald.’
‘Ikebana, Lisa. Japanse bloemsierkunst. Harakiri is echt iets anders.’
Toen begon ze met haar tong rondjes in zijn oorschelp te draaien, wat hij een beetje een vieze gewoonte vond, maar dat kwam omdat hij een oude man was, zei Lisa.
Ze draait zich weg van de microfoons en begint te lopen. Het verbaast hem telkens weer hoe elegant en onwankelbaar ze op haar stiletto-hakken over die marmeren vloeren van het ministerie wandelt.
‘Klopt het dat de delegatie later vertrekt omdat er geprotesteerd is tegen uw bezoek?’
Ze wuift hoofdschuddend de vraag weg. ‘Over tien dagen vertrekken we.’
Tien dagen?
De camera zoomt in op de strik van haar blouse die als een kreukelig vod over de revers van haar jasje valt. Wat een blamage.
Zijn adem komt met stoten. De pijn komt met steken dit keer. Hij zou even willen zitten, maar een pauze zal alles ontregelen: de temperatuur, de stoom, zijn aandacht. ‘Je hebt net op tv kunnen zien wat daarvan komt, Harald. Een ding tegelijk.’
Soms vraagt hij zich af of Lisa in de gaten heeft hoeveel tijd alles kost en hoe vermoeiend het is. Het strijken en bloemschikken, hij werkt er met hart en ziel aan, maar het lijkt alsof ze het niet van belang vindt. Over tien dagen! En die arme jongen – hoe heet hij ook alweer – die zijn deelname aan het Ikebana-evenement er door heeft weten te drukken, die jongen moet dit uitstel ook maar weer zien te regelen met zijn tweeling thuis.
En jij mag mee, Harald. Hij mòèt mee. Zonder hem stapt ze het vliegtuig niet in. Zonder hem krijgt ze geen lucht.
Het lampje van het strijkijzer floept uit. Hij ademt diep in, pakt het strijkijzer op, controleert de stoomafgifte, ademt puffend uit.
In de ogen van de Japanse taxichauffeur huist een intens verdriet. Zijn wit gehandschoende handen vleien Haralds koffertje en opgerolde werktekening voorzichtig in de kofferbak. Links op de achterbank moet hij zitten, heeft de jongen gezegd en vooral niet zelf het portier openen. Anders raakt de chauffeur van streek.
Harald sluit zijn ogen. Hij had net als Lisa zijn hoofd neer willen leggen op het strak gestreken kussensloop van Palace Hotel Tokyo, waar ze nog geen uur geleden na een slopende vlucht waren aangekomen. Hij is doodop. Zijn maag is van streek en het zeurt in zijn middenrif.
De tengere man die hem glimlachend verwelkomt, spreekt nauwelijks Engels. Het gaat bij dit evenement niet om snelheid zoals bij Hana ike, een wedstrijd waarbij je in vijf minuten een bloemstuk in elkaar moet steken, maar om de schoonheid en precisie. ‘Art, perfect,’ glimlacht de man, terwijl hij Harald zijn plaats wijst.
Hij knikt. Kunst, precies, dat is wat hij maakt.
Zijn concentratie maakt hem blind voor zijn omgeving. Eenzelvig zweeft hij in zijn eigen tijdloos universum. Alleen het gebrek aan frisse lucht merkt hij op. Gedroogde bamboebladeren vervlecht hij nauwkeurig tot vier wieken in het midden vastgezet met een zachtroze lotusbloem. Dan een poort van tulpen in het diepste zwart, de ‘Tulipa Queen of Night’, afgewisseld met ‘Tulipa Black parrot’ voor een paarsachtige schaduwwerking. Met uiterste precisie steekt hij de stelen op hun plaats.
Hachisunohana, lotusbloemen. Meer lotusbloemen wil hij en wat oranje lelies. Een tikkeltje chauvinisme steekt onder zijn middenrif. Hij ademt in en puffend uit, zoals hij gedurende de vlucht met een hyperventilerende Lisa heeft gedaan. Zeven jaar geleden leerden ze het van Maite op zwangerschapsyoga. Acht weken lang tot het niet meer nodig was.
‘Hachisunohana, meer hachisunohana.’
Maak met je adem ruimte daar waar het pijn doet, hoort hij Maite fluisteren.
Diep in- en uitademend zucht hij zich weg uit zichzelf. Secondenlang scheert hij rakelings langs zijn molen van lotusbloemen, lelies en tulpen, hoog in de lucht, heen en weer. ‘Hachisunohana, hachisunohana.’
Op zijn fluisterende ademhaling is zijn uitspraak van het Japans bijna perfect.
‘Ha…suno…hana, ha…suno…hana.’
Hij weet zeker dat zijn kunstwerk met de hoogste lof overladen zal worden.
Het is donker als Lisa zestien dagen later plaatsneemt in haar vliegtuigstoel naast het raampje. Onder de lantaarns verschijnt een transportkarretje. Op de aanhanger ligt Harald in zijn zinken kist. Ze slaat haar ogen neer. Chris staat in het gangpad. Hij buigt zich naar haar over.
‘Je bent zeker niet in de stemming om het laatste nieuws te horen?’
Lisa snuift lucht op en ademt met een zucht uit.
‘Harald gaat viraal. Zijn bloementoestand is een hit. In Japan zijn de eerste overledenen al opgebaard op een Hollandse molen van zwarte tulpen, lotusbloemen en oranje lelies.’
Vanuit het ruim klinkt gebonk en gerammel op.
‘Hugo is aan boord. We zullen zo wel vertrekken.’
Lisa haalt snikkend adem. ‘Hugo? Harald zul je bedoelen?’
Chris maakt een hoofdbeweging naar het gordijn dat hen scheidt van de economy class. ‘Instructie van het cabinepersoneel. Codenaam gebruiken voor een dode aan boord. Hugo, human gone.’ Chris aarzelt in het gangpad. ‘Was je het vergeten? Gaat het wel, Lisa?’
De motoren beginnen te draaien. Het vliegtuig zet zich in beweging. Lisa klopt op de zitting van de stoel naast haar, de plek van Harald. Ze zakt snuivend onderuit op haar stoel. Onder de veiligheidsriem door trekt ze de rits van haar broek open. Ze zucht diep en nog eens. Ze pakt Chris’ hand en legt hem op haar buik. Onder zijn vingers voelt hij haar buik opzwellen. ‘En je andere hier,’ hijgt ze.
‘Wacht.’ Ze sjort haar broek van haar heupen tot halverwege haar dijen. ‘Dat is beter.’ Ze zucht diep en puft uit. Chris werpt een schuin oog op het minuscule driehoekje stof tussen haar benen. Het ontroert hem. Die roosjes, die zachtgele roosjes op wit katoen, zo lief.
‘Mee ademen, Chris!’
Diep inademend snuift hij de geur van gewassen haartjes op. Hij stelt zich voor hoe peuteroogjes dichtvallen, terwijl hij een liedje zingt en hoe de knuistjes naast hun hoofdjes zich met korte rukjes openen in een ontspannen overgave.
‘Chris, man, houd je hoofd er nou eens bij.’ Lisa duwt hijgend zijn hand naar beneden.
De motor loeit en dan begint de race over de startbaan, sneller en sneller.
‘Hier voel dan. Hier waar het wat dikker wordt.’ Ze leidt hijgend zijn hand. ‘En dan in dit kuiltje moet je je andere hand leggen en dan mee ademen. Man, ik stik.’
Ze komen los van de grond. ‘Voel je?’ Chris ademt diep in en langzaam puffend uit. In en uit. In en uit.
‘Ja zo. Dank je, lieve jongen.’
Chris glimlacht. De blonde krulletjes van de tweeling zullen nu wel een beetje vochtig geworden zijn, precies daar waar ze in hun nekjes het boord van hun witte met gele bloemetjes bedrukte pyjamaatjes zullen raken.
Wil je op de hoogte gehouden worden van het verschijnen van nieuwe teksten op anotherstory.nl? Schrijf dan een email naar:
info@anotherstory.nl
.
